zondag 26 februari 2012

Hysterie rond Jannetje en Kees

Gelukkig. Na Dolf Rogmans in Villamedia (en op de website) en Max Pam in Het Parool (za. 25 februari, mediakatern) heeft nu ook Alexander Münninghoff het in zijn column in OVT (VPRO, zondag 26 februari) voor Jannetje Koelewijn opgenomen.

Het ligt ook heel simpel, als je naar de feiten kijkt. Koelewijn woont gesprek bij van echtgenoot met Oostenrijkse collega-neurochirurg, maakt duidelijk dat ze journaliste is en hierover zal publiceren en doet dat in haar krant, NRC Handelsblad, in een sober en factueel stukje. Wat ze schrijft is dat er op dat moment geen bijzonderheden op de MRI-scan te zien zijn, dat er geen zwellingen zijn en geen schedelbasisfractuur. Ze schrijft er achteraan dat dit de kans op herstel vergroot - maar zegt nergens hoe groot die kans is. Ze sluit niets uit. Hetzelfde heb ik haar zien en horen herhalen op radio en televisie. Dat alle confrères en consoeurs haar zo nodig om commentaar moeten vragen en dat vervolgens tot vervelens toe uitzenden, is niet Koelewijns schuld.

Vandermeersch, haar hoofdredacteur, staat op dat moment vierkant achter haar en terecht.
Het is me een raadsel waarom hij een week later met een soort spijtbetuiging komt, als een nieuwe scan een veel somberder beeld liet zien waar iedereen van schrikt - omdat er, na al die tijd zonder vooruitgang, een duidelijker prognose te stellen is, somberder dan iedereen hoopte. Op 24 februari betreurt Vandermeersch het te rooskleurige beeld, dat de berichtgeving in zijn krant eerder hielp scheppen. Hoezo? Dat iets rooskleuriger beeld was, een week eerder, het beeld van dat moment. En Jannetje Koelewijn schreef wel degelijk, op 19 februari: 'Onzeker blijft wel hoe de toestand van de hersenen zich zal ontwikkelen als het lichaam van de prins weer op de normale temperatuur van 37 graden wordt gebracht en als de narcose wordt opgeheven.'


Hoeveel slagen om de arm moet je houden? En wat is erger: een paar feiten geven, of uur na uur hetzelfde, nietszeggende RVD-bericht herhalen?

Misschien is Vandermeersch' reactie, een week later, ingegeven door het aantal boze lezers dat z'n abonnement op de krant opzegde (zouden ze daardoor terugkomen?). Of door alle collega's die, De Telegraaf voorop, als een blok over Koelewijn en haar man heenvielen. Kinnesinne? Jalousie de métier? En De Telegraaf heeft al helemaal geen recht van spreken, met het jongetje Ruben, overlevende van de Libische vliegramp, nog redelijk vers in het geheugen...

In welke mate Koelewijns man, neurochirurg Kees Tulleken, zijn beroepsgeheim heeft geschonden, is me ook niet duidelijk. Hij is niet de behandelend arts van Friso. Hij lichtte alleen toe wat de door zijn Oostenrijkse collega verschafte feiten betekenden, of konden betekenen. Wat is daar in vredesnaam mis mee? Waarom die hypocriete hysterie? Hypocriet, want we nemen het wel allemaal tot ons, met een zekere gretigheid zelfs, om vervolgens: 'Schande!' te roepen. Ik zie, hoor in verband met Tulleken het woord Tuchtraad vallen. Mijn hemel, waar zijn we mee bezig?! Wat zijn dit allemaal voor wolven die met elkaar meehuilen?

De medici moeten het onderling zelf maar oplossen, journalist-medicus Ben Crul (oud-hoofdredacteur Medisch Contact) voorop; hij was bij mijn weten de eerste die 'Boe! riep. Ook in die beroepsgroep vermoed ik helaas niet al te nobele motieven. Ik hoop voor iedereen dat ze hun gezond verstand hervinden. Zo niet, dan staat het ons vrij om hun houding weer van commentaar te voorzien.

Net als mijn collega's. Jongens (m/v), herneem je! Laat die wolvenroedel voor wat hij is. Beter een lone wolf die z'n verstand gebruikt, dan een meehuiler die z'n kritische journalistenverstand thuis laat. Met dank aan Dolf, Max en Alexander - en al diegenen wier nuchtere tegenreactie ik over het hoofd heb gezien.

Ik geloof trouwens dat de 'zaak'-Koelewijn-Tulleken alweer een beetje wegbt. De roedel heeft inmiddels de VUmc/RTL4/Eyeworks-affaire toegeworpen gekregen.

dinsdag 14 februari 2012

Dichters!



'Dichters...
Kom desnoods aan hun vrouwen
Maar kom nooit aan hun komma's!'

Een prachtig gedicht van Luuk Gruwez, al even mooi voorgedragen door Jos van Hest (bij Boekhandel Schimmelpennink in Amsterdam).
Tja, dichters... Kommaneukers! zoals mijn nichtje Andrea op Facebook schreef...;)
Maar wel sympathieke kommaneukers.
Toch?

woensdag 19 oktober 2011

vrijdag 30 september 2011

Hella Haasse overleden























Droevig nieuws! We verliezen niet alleen een groot schrijfster, maar ook een groot mens. Voor haar is het waarschijnlijk een verlossing geweest - ze was oud (93), ziek, ze miste haar Jan... Maar voor ons allen is haar verdwijnen een groot gemis. Gelukkig hebben we haar boeken nog!

Zie NRC: Hella Haasse op 93-jarige leeftijd overleden

woensdag 17 augustus 2011

Hoog, kijk omhoog...




De meest markante deelnemers waren, de één van koninklijken bloede en genaamd Tudor , de ander vernoemd naar een ster van wereldallure: Clooney. Tudor bracht de meeste tijd door in een draagband op de buik van z’n baasje, welwillend neerkijkend op het voetvolk onder hem. Clooney verleidde ons met zijn markante, bruine hondenogen en probeerde al snuffelend toch iets belangwekkends te ontdekken gedurende de wandeling. Daarnaast waren we met zo’n anderhalf dozijn tweevoeters die, op aanwijzing van aanvoerder Gijs Vorstman, vooral met hun neus in de lucht liepen.

Vorstman, voormalig beleidsmedewerker Welstand en Monumenten van het stadsdeel, kent deze buurt - Plan Zuid, in dit geval de Rivierenbuurt + de Amsterdamse Schoolbuurt aan gene zijde van het Amstelkanaal - als geen ander. Niet alleen weet hij ‘alles’ over de Berlage’s Plan Zuid en de (oorspronkelijke) architectuur van de buurt, ook kan hij uren vertellen over de renovaties, de problemen die zich daarbij voordeden, de successen en ook het falen, hier en daar. Zo werden, in het begin, raamkozijnen die niet meer voldeden, gewoon vervangen door kunststof exemplaren. Effectief, misschien (althans voor wie niet verder keek dan zijn neus lang was), maar foeilelijk. En, uiteindelijk, toch niet zó effectief: want een bouwwerk reageert op kunststof anders dan op hout. Tenslotte zijn, in samenwerking met de woningcorporaties (en dankzij forse subsidies) de meeste kozijnen dan ook weer teruggebracht in wat meer op hun oorspronkelijke staat lijkt – met wat technische foefjes om een betere isolering mogelijk te maken.

Zo, omhoogkijkend, vergelijkend, begonnen we, vanaf Café Diva’s in de Waalstraat, een wandeling die ons via Merwedeplein en Wolkenkrabber, Rijnstraat, Waverstraat en Vrijheidslaan, zou voeren naar het Meerhuizenplein, de Amstelkade en de Jozef Israëlskade, en de Amsterdamse-Schoolbuurt daarachter.

Zo leerden we hoe de balkons en het houtwerk van de Wolkenkrabber hun oorspronkelijke kleur hadden teruggekregen – dankzij een grondige analyse van de onderste laag verf, nadat de andere lagen er voorzichtig waren ‘afgekrabd’, om het oneerbiedig te zeggen. Zo bewonderden we de vele, vele sculpturen van Hildo Krop – van Berlage’s standbeeld aan de voet van de Wolkenkrabber tot de steigerende paarden op wat nu de Berlage scholengemeenschap is. Zóveel beelden liet Krop achter , dat een Amerikaanse beeldhouwer, op bezoek in Amsterdam, veronderstelde dat zijn Amsterdamse collega steenrijk moest zijn. Het kwam niet bij hem op dat Krop gewoon in dienst was van de gemeente…

Ook andere decoraties liet Vorstman zien: weinig bouwstijlen zijn daar zo rijk aan als de Amsterdamse school en aanverwante stijlen. Zelfs de toch op het oog zo strakke panden aan de Vrijheidslaan zitten in feite vol met hoek- en balkondecoraties, grappige erkertjes, krullerige daklijsten. Kijk omhoog en je ziet ‘t – vooral als Gijs Vorstman je erop wijst. In de Waverstraat staan tussen prachtig geconserveerde (of gerestaureerde) panden, ook enkele toonbeelden van wansmaak. Op de Amstelkade, aan weerszijden van de Vechtstraat, contrasteert een mooi art-deco pand met een verkrot exemplaar. Over de nieuwbouw aan het Meerhuizenplein, bedoeld om in de omringende Amsterdamse-Schoolbebouwing op te gaan, lopen de meningen uiteen. Vorstman vindt het resultaat geslaagd. Sommigen zijn het met hem eens anderen niet. Ga kijken!

De kleur – van het houtwerk, maar ook die van de gebruikte (bak-)steen speelt een belangrijke rol. En de manier waarop de muren gemetseld zijn. Het geel van de Berlage school, de steensmuur aan de Kromme-Mijdrechtstraat bij het Meerhuizenplein, het zijn allemaal tekenen des tijds.

De gebeeldhouwde kop van wethouder Wibaut, op de hoek van het prachtige Henriëtte Ronnerplein en de gelijknamige straat, is daar heel erg op zijn plaats. Nee, het is niet van Hildo Krop – het werd gemaakt in 1951 door Frits Sieger – in tegenstelling tot de beelden op het gebouw De Dageraad. Wibaut, eerste socialistische wethouder van Amsterdam, ging over Volkshuisvesting (‘Wie bouwt? Wibaut!’) en als zodanig had hij een actieve rol bij de aanleg van ook deze buurt. Het ene pareltje – het al genoemde gebouw De Dageraad, het Thérèse Schwartzeplein, de Burgemeester Tellegenstraat, de P.L. Takstraat – is hier aan het andere geregen, in het bijzonder door de architecten Piet Kramer en Michel de Klerk. Je kunt hier nog zo vaak komen, het blijft mooi en er blijft van alles te ontdekken – zoals het haantje op het dak in de P.L. Takstraat, naast de school. Ik beken dat ik het nooit eerder had gezien… terwijl het toch een symbool is van de dageraad (en dus van De Dageraad)…

Voorbij het witte Han van Zomerenbruggetje en het Amstelkanaal, is dit stukje Waalstraat een afgang. Helaas. Het gebouw dat in de jaren ’70 op de plaats van de Waalkerk is neergezet (en waarin een kinderdagverblijf is gevestigd) lijkt nergens op, de huizen zijn slecht onderhouden.

We gaan ons (en elkaar) troosten bij Diva’s. En denken al over een volgende wandeling, of een fietstocht misschien…

vrijdag 10 juni 2011

Gevonden poesje

From Drop Box

Wie kent haar? Wie is haar kwijt? Neem contact op, svp!

zondag 5 juni 2011

Lang leve de speeltuin!



Het was dan wel niet burgemeester Eberhard van der Laan – op het laatste moment verhinderd – die op zaterdag 4 juni de aftrap gaf voor de feestelijkheden, maar toch niemand minder dan wethouder Carolien Gehrels. En ze kwam niet alleen, maar met haar zoon van vier. Hij maakte meteen dankbaar gebruik van zandbak, wip, schommel en wat de speeltuin nog meer te bieden had en nam even dankbaar het cadeau in ontvangst dat zijn moeder in ruil voor haar toespraak werd aangeboden: een emmertje met schep en zeef.

In het clubgebouw, opgevrolijkt met het werk van de tekenclub, verdrongen zich vooral ‘de kinderen van vroeger’, in de woorden van de voorzitter.

Wat er gevierd werd? De 90e verjaardag van de Buurt- en Speeltuin Vereniging Amsterdam-Zuid (BSV), beter bekend als de speeltuin aan de Gaaspstraat. Negentig jaar! Op 1 juni 1921 kwam tot stand waar een paar voormannen van de woningbouwvereniging – toen het nog een echte vereniging was, voor en door arbeiders, en geen corporatie – samen met hun kornuiten van de Zuidergasfabriek al zes jaar lang hun best voor deden: een stuk grond waar een hek omheen mocht en waar ze een speeltuin mochten neerzetten. Twee jaar later kon die speeltuin trouwens pas echt gebouwd worden; toen had de gemeente het terrein definitief toegewezen aan de ‘speeltuinvereeniging Zuid’.

Het bouwen van het eerste clubgebouw is een verhaal op zich. De speeltuinmensen hadden hun oog laten vallen op een bouwkeet, bij het woningbouwcomplex aan de Tweede van der Helststraat, toen nog in aanbouw. Ze mochten de keet hebben, als ze hem zelf maar verplaatsten. Zo gezegd, zo gedaan… maar zo simpel was dat niet. De keet moest uitgegraven worden en vervoerd. Een hels karwei, dat weken in beslag nam. En omdat de keet de brug over het Amstelkanaal niet over mocht van de gemeente (het was nog een noodbrug, tussen de Maasstraat en de Tweede van der Helststraat), werd het ding met schuiten van de ene oever naar de andere gebracht.

Gehrels noemde een paar wapenfeiten uit de roemruchte geschiedenis van de speeltuin. Ook herinnerde ze aan de duistere bladzijden, aan de bezettingstijd, waarin eerst de Joodse kinderen uit de tuin werden geweerd en vervolgens het hele terrein tot ‘Jodenmarkt’ werd verklaard. Alleen daar mochten Joden na 3 november 1941 nog kopen en verkopen. Heel wat mensen zijn daarvandaan ook rechtstreeks gedeporteerd. Niet voor niets is het Kindermonument van beeldhouwster Truus Menger juist daar geplaatst. Niet voor niets is dat monument elk jaar op 4 mei het vertrekpunt van de Stille Tocht naar het verzetsmonument bij de Rozenoordbrug.

Maar het verleden van de speeltuin is ook verweven met dat van de arbeidersbeweging en van het verzet. De staking van 25 februari 1941, tegen de maatregelen die de Amsterdamse Joden troffen en de eerste deportaties, legde de trams uit de remise Lekstraat stil – en de mensen die daarbij betrokken waren, hadden ook nauwe banden met de speeltuin. Later bleek diezelfde speeltuin ook een handige dekmantel voor allerlei verzetsactiviteiten. Zo werden de pamfletten van het verzet daar op de stencilmachines gedrukt en van daaruit ook verspreid.

Nog weer later, in 1955, waren het opnieuw vrijwilligers van de speeltuin die als GVB-ers een rol speelden bij de ‘wilde’ staking die toen het openbaar vervoer lamlegde om de looneisen kracht bij te zetten. Voor hen liep het niet goed af, al werden de eisen later toch ingewilligd en kregen de activisten van destijds drie decennia na dato alsnog eerherstel…

Intussen hadden ze de speeltuin weten uit te breiden met een vakantiehuis in het Gooi en wisten ze in de loop der jaren een voetbalelftal op te bouwen waar je ’u’ tegen zei. Meer dan eens werden de jongens uit de Rivierenbuurt kampioen straatvoetbal van Amsterdam – en zelfs van Nederland! Op de Dam werden de finales van die kampioenschappen uitgevochten, met als hoogtepunt de uitreiking van de trofee door Johan Cruyff.

Hele families waren, vanaf het begin, betrokken bij het wel en wee van de speeltuin. En verscheidene zijn dat nog, zoals de familie Neijssel, vanaf het verzet tot nu actief in de buurt, de derde generatie nu al – terwijl de vierde in de speeltuin speelt.

Ja, de speeltuin aan de Gaaspstraat is springlevend. Hiep hiep…

ShareThis