Follow me on Twitter

maandag 9 november 2015

Supervrouwen in Amsterdam

In mijn stad, Amsterdam, zijn een paar jonge vrouwen die verrassende en bewonderenswaardige initiatieven nemen. Waarschijnlijk zijn die er ook wel elders – en natuurlijk zijn er ook mannen en minder jonge vrouwen die interessante dingen op touw zetten. Maar goed, recent ben ik vooral een paar jonge vrouwen (in alfabetische volgorde: Caro Bonink, Jip Heijmerink en Mick La Rock) tegen het lijf gelopen die wel heel leuke, interessante dingen hebben verzonnen. Dingen die navolging verdienen. En die in ieder geval inspirerend werken. (Het verhaal van Caro staat onderaan, doorscrollen dus...)


Jip Heijmerink

Neem Jip Heijmerink. Naast haar werk als webredacteur voor de richtte zij haar eigen bedrijf op: Culture by Artists. Samen met verschillende kunstenaars organiseert zij enerzijds bedrijfsevenementen en anderzijds bijzondere tochten door bijzondere wijken van Amsterdam.

Mick La Rock (links)a an de start
van de Bijlmertour (foto Jip Heijmerink) 
Een (fiets)tocht die ik gemaakt heb samen met Jip en beeldend kunstenaar Mick La Rock (pseudo van Aileen Esther Middel, verantwoordelijk voor de Graffiti-tentoonstelling in het Amsterdam Museum), ging langs de graffiti in de Bijlmer. Het gaat om graffiti in brede zin: je ziet ook heel veel muurschilderingen en andere kunstwerken. Waarbij Mick – behalve een zeer creatieve, inspirerende kunstenaar ook een begaafd storyteller – niet alleen de kunstwerken laat zien, maar ook heel veel vertelt over de architectuur, geschiedenis en sociale achtergrond van de Bijlmer: hoe er van de goede bedoelingen van de stedenbouwers weinig terecht kwam, want de werkelijkheid laat zich niet in een theorie vangen. Het pakt altijd anders uit. 
Mick La Rock (links) en
collega-kunstenaar Sarah Payton

Door de woon-, werk-, winkel- en vrijetijdsfuncties van die nieuwe wijken uit elkaar te halen (volgens de theorie van o.a. Le Corbusier) liep eigenlijk vanaf het begin alles in de soep. Zo lag de logistiek maanden achter op de woningbouw: van winkels tot openbaar vervoer, niets was nog klaar toen de eerste bewoners de flats betrokken. Het was een woestenij (zoals later ook IJburg… Stedenbouwers leren niet snel).

Een muurdecoratie in graffiti-stijl (met geschilderd doel)
 Die eerste bewoners vertrokken dus ook vaak weer. Midden jaren 1970 kwam, met de onafhankelijkheid van Suriname, een enorme golf Surinaamse en Antilliaanse nieuwkomers. Ook nam de drugscriminaliteit hand over hand toe. De gigantische parkeergarages werden prooien voor autodieven, de overdekte gangen van diezelfde garages naar de galerijwoningen vormden een ideaal terrein voor roofovervallen – nergens was je veilig meer. Zelfs het weelderige groen had negatieve kanten: het onttrok mensen met kwaad in de zin aan het zicht.

Een verwijzing naar Suriname: de vogelkooitjes '
waarin veel Surinaamse mannen hun vogels 'uitlaten...
... en de vogeltjes
 Sindsdien is de wijk – of eigenlijk: zijn de wijken, want de Bijlmer is allesbehalve één geheel) volledig op de schop gegaan. De drugsdealers zijn verdreven, de idioot grote flatgebouwen zijn voor het merendeel teruggebracht tot menselijke proporties, er zijn winkels, markten, scholen, kantoren en vooral: de Bijlmer is weer veilig. Mick kent die hele geschiedenis op haar duimpje en daarnaast laat ze je zien hoe de kunst heeft bijgedragen aan het stopzetten van de verloedering, nee, meer dan dat: de muurschilderingen en andere kunstwerken hebben de wijken mooier gemaakt, vrolijker, en vormden tegelijk een stimulans voor de woningcorporaties om de flats op te knappen. En guess what? Zelf word je er ook vrolijker van, enthousiast, ja bijna verliefd op de Bijlmer… (en ook een beetje op supervrouwen Mick en Jip natuurlijk).






Graffiti in de Bijlmer, in samenwerking met het Amsterdam Museum. Op 21 november, 12 december 2015 en 16 januari 2016. € 22,50 voor 2,5 uur (en lunch in het atelier van Mick LaRock). Wie niet met zijn eigen fiets kan komen, kan er één huren.
https://www.amsterdammuseum.nl/activiteiten/bijlmer-fietstour



Een decoratie van de Braziliaanse groep La Rua

Pacman...

Vermomming van utilitaire bouwseltjes

Muurschildering van La Rua

Muurschildering van La Rua


Sculpturengroep van de Kameroens-Belgische kunstenaar Pascale Tayou 'Les Pisseurs d'Amsterdam'. De kleuren van de zes beelden zijn gebaseerd op de Kameroense, Nederlandse en Belgische vlag. “Toen ik in de Bijlmer was, zag ik niets grappigs,” vertelt Tayou, “en ik wou gewoon iets grappigs. Dus het werd een menselijke vorm, en die vorm ben ik. Veel beelden van mij, naakt, aan het plassen.”




KIJK IN DE PIJP

Caro Bonink
Een ander, geweldig initiatief komt van fotografe Caro Bonink. Zij stond aan de wieg van het project Kijk in de Pijp. Een jaar lang liet zij oudere bewoners van de Amsterdamse wijk die de Pijp heet, zichzelf en hun omgeving fotograferen. Met van alles en nog wat: van iPad en smartphone tot analoge camera. Dat muntte uit in een tentoonstelling in het Amstelhuis (hoek Ceintuurbaan en Amsteldijk), een boek (met teksten van Parool-verslaggever Frenk der Nederlanden) en een filmpje van (ex-Parool fotograaf) Peter Elenbaas, met name bekend van de rubriek en boeken Onbewolkt. Het filmpje is op CD gezet en bij het boek gevoegd.



'Karel' met kleinkinderen
Het begon allemaal met Caro’s vader. Hij was jaren ziek, maar wilde zijn dochters er niet mee belasten. Pas na zijn dood ontdekten Caro en haar zusje Miriam dat hun vader dikwijls eenzaam moest zijn geweest. Ze richtten de Stichting Karel op, genoemd naar (de koosnaam van) hun vader, Frans Bonink. Die stichting zet zich in voor ouderen in de Pijp, door kleinschalige evenementen voor hen te organiseren en te zorgen dat ze niet vereenzamen. Caro en een paar aankomende fotografen hebben de ouderen tijdens dit project begeleid. Het begrip ‘oudere’ is in dit geval overigens breed: de jongste deelnemer was 50 jaar, de oudste 101.

Tante Annie en nicht Annie

Wat de mensen fotograferen, varieert van wat er op hun tafel ligt, op de schoorsteen staat of aan de muur hangt, tot hun buurt, de mensen die ze tegenkomen, gebouwen, de Albert Cuyp, dieren in de wijk, kortom, alles. Je kunt zien dat ze ‘les’ hebben gehad van beroepsfotografen: er zitten reuze mooie of geestige foto’s bij. En allen die ik op de tentoonstelling sprak, waren zonder uitzondering enthousiast – niet in de laatste plaats Tante Annie van 101 (‘Ik loop zonder stok en ik doe alles nog zelf!’).

Ga de foto’s zien in het Amstelhuis, of, in januari en februari 2016, in de Oba Cinétol! En koop het boek (met CD dus)! Het is voor € 15,- te bestellen via de website van Stichting Karel. Het is het geld dubbel en dwars waard. Laat je vervolgens inspireren door de mooie verhalen van de mensen en de foto’s: doe iets soortgelijks in je eigen wijk. Of iets anders… 


Oja, en stem op Caro Boninks foto bij de fotowedstrijd die het Joods Historisch Museum heeft uitgeschreven, naar aanleiding van de tentoonstelling van de (prachtige) foto's van Leonard Freed over het Joodse leven in Amsterdam na de oorlog. De wedstrijd wil de beste foto belonen die het tegenwoordige Joodse leven vastleggen. Caro en haar foto van Samuel's Bar Mitswa verdienen het. http://www.jckfotowedstrijd.nl/ 

woensdag 18 februari 2015

Stedelijk Museum Amsterdam ontvangt schenking Karel Appel schets



Het Stedelijk Museum kreeg een bijzondere schenking: de enige originele schets van de beroemde muurschildering die kunstenaar Karel Appel in 1956 maakte voor het voormalig Stedelijk restaurant. De schenker wenst anoniem te blijven. De schets is vanaf 26 februari te zien in het museum.

Beatrix Ruf, directeur Stedelijk Museum Amsterdam: “Wij zijn ongelooflijk blij dat een werk dat zo duidelijk bij het Stedelijk hoort eindelijk zijn thuis vindt. De voorstudie is een geweldige aanvulling op de werken van Karel Appel in de Stedelijk collectie.”
Bart Rutten, hoofd collecties Stedelijk Museum Amsterdam: “Het mooie van deze verrassing is dat het geschonken wordt op het moment dat we de grote Appelwand aftimmeren voor de komende Matisse tentoonstelling. Deze schenker weet een prachtige pleister te plakken op deze nu noodzakelijke maar toch ook moeilijke keuze om hem tijdelijk te verbergen.”
Louise Wijnberg, schilderijenrestaurator van het Stedelijk Museum en restaurator van de Appel-wand: “Ik heb deze schets de afgelopen twintig jaar meerdere malen bestudeerd. Het is heel bijzonder dat je aan de voorstudie kunt aflezen hoe het werkproces van Appel was. Je kunt zien dat die schets heel bepalend is geweest voor het maken van de wandschildering, want hij heeft hem bijna letterlijk overgenomen. De verfspatten van het schilderen zitten zelfs nog op de schets.”

Over de wandschildering

Vijf jaar nadat Karel Appel (1921 - 2006) de wanden van de ‘koffiekamer’ van het Stedelijk Museum beschilderd had, kreeg hij in 1956 opnieuw een opdracht van directeur Willem Sandberg: het beschilderen van een wand in het voormalige restaurant. Het werd een kleurrijke schildering waarbij drie figuren over de muur dansen; een gekuifde vogel, een mens en een bloem. De compositie hield rekening met de muur en de ruimte ervoor zoals twee deuren, een loopbrug en de zitplaatsen van de bezoekers van het destijds nieuwe restaurant.
Door verbouwingen zijn elementen in de muur veranderd, maar de vrolijke en monumentale schildering heeft zijn kracht behouden. De blauwe deur bleef deel uitmaken van het geheel evenals het ovalen raam uitgevoerd in de toen nieuwe glasappliqué-techniek waardoor direct daglicht scheen. Karel Appel zocht niet alleen naar nieuwe vormen van expressie maar paste ook nieuwe technieken toe en combineerde deze.

vrijdag 13 februari 2015

2015 World Press Freedom Index

World Press Freedom Index 2015: decline on all fronts
The Reporters Without Borders World Press Freedom Index ranks the performance of 180 countries according to a range of criteria that include media pluralism and independence, respect for the safety and freedom of journalists, and the legislative, institutional and infrastructural environment in which the media operate.

Nederland 4e plaats, 2 naar beneden vergeleken bij 2014. Scandinavische landen op kop. US naar beneden. Stijgers: Mongolia, Tunesië.

205 World Freedom Index (RSF)

maandag 13 oktober 2014

Ding mee naar de Scriptieprijs Villamedia 2014 – Villamedia



Voor de dertiende maal looft vaktijdschrift Villamedia de Scriptieprijs Villamedia uit. De prijs is een bekroning voor de beste afstudeerscriptie van studenten aan een HBO- of WO-opleiding journalistiek. Ook afstudeerscripties van studenten uit andere studierichtingen zijn welkom, mits het onderwerp betrekking heeft op de media.

Scripties worden beoordeeld op originaliteit van onderwerpkeuze en op aanpak, stijl en diepgang. Er moet sprake zijn van eigen research en/of literatuuronderzoek, uitmondend in een oorspronkelijk, goed (‘journalistiek’) geformuleerd en prettig leesbaar betoog. De scriptie moet goedgekeurd zijn door de opleiding, tussen 14 november 2013 (toen de inzendtermijn van de vorige Scriptieprijs sloot) en 13 november 2014.
Er worden twee afzonderlijke prijzen toegekend: één voor een bachelorscriptie en één voor een masterscriptie.
Elke prijs bestaat uit een bedrag van 500 euro en een oorkonde.
De prijswinnaars worden bekend gemaakt in het eerste nummer van Villamedia van het jaar. De prijzen worden begin 2015 feestelijk uitgereikt gelijktijdig met de uitreiking van de Journalist van het Jaar.
De jury bestaat uit Aleid Truijens (voorzitter) en twee oud-winnaars van de prijs, Cyntha van Gorp en Ayolt de Groot. Meer informatie bij Jacqueline Wesselius (coördinator): 06-54956842, scriptieprijs@villamedia.nl
De scriptie moet uiterlijk 14 november in viervoud (in print!) en vergezeld van een samenvatting (1 A4, in Word of pdf) worden gestuurd naar Villamedia, t.a.v. Jacqueline Wesselius, Postbus 75997, 1070 AZ Amsterdam, onder vermelding van: Scriptieprijs. Voor aanlevering als pdf: eerst overleg! De samenvatting dient (ook) per e-mail (scriptieprijs@villamedia.nl) te worden aangeleverd.
Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd.

donderdag 25 september 2014

Au Bonheur des Dames - ou Au Malheur?

Wat een schrik was dat, toen ik op een avond uit Parijs terugkeerde. In de bus vanaf station Zuid naar huis zag ik een groot, schreeuwerig geel bord op een vertrouwde plek. 'OPHEFFINGSUITVERKOOP!' stond er op het bord. De winkel: Au Bonheur des Dames. Ik heb er veel voetstappen liggen en heel veel oorbellen en andere sieraden gekocht, voor mezelf en voor anderen. Het was zo'n vertrouwd adres, waarvan je zeker wist: hier slaag ik, hier vind ik wat ik zoek. En die winkel verdwijnt? Ik kon mijn ogen niet geloven.

Een paar dagen later ging ik poolshoogte nemen en kwam er prompt een vriendin tegen, die dezelfde reflex had. 'Tja, het is niet anders,' zei de eigenares, die de zaak veertig jaar had gerund.
'Ik heb geen goede opvolger kunnen vinden. En dus moet ik de winkel opheffen.'
'Niet leuk!' riepen wij in koor.
We waren niet de enigen, verzekerde Yvonne Leijten ons. En zelf vond ze het ook wel jammer. Maar het werd te zwaar, en ze wilde nog wel eens iets anders doen. Dus...

Bij wijze van troost stortten we ons op de sieraden in de uitverkoop - hoewel er volgens Yvonne Leijten 'al veel weg was' en de winkel 'pas in april 2015' definitief zou sluiten.

Au Bonheur des Dames is - behalve deze bijouterie - een roman van Emile Zola. Daarin gaat het over een warenhuis - Au Bonheur des Dames - dat duidelijk geënt is op het echt bestaande warenhuis Au Bon Marché, dat nog steeds bestaat, maar toen - in de jaren 1870... -  spiksplinternieuw was, één van de eerste warenhuizen in Europa en het eerste in Parijs.

Zola's roman beschrijft het reilen en zeilen van zo'n warenhuis waarin de mode voorop staat: hoe klanten verleid worden om te kopen, maar ook hoe het soms sappelen is en hoe employés elkaar naar de kroon steken.

Julius del Canho, de (belezen) grootvader van de huidige eigenares, noemde zijn winkel naar Zola's roman toen hij zijn bijouterie in 1913 aan de Heiligeweg begon. De naam werd een begrip voor vele generaties vrouwen (en sommige mannen). Een kwart eeuw na de oprichting kwam het filiaal in de Beethovenstraat erbij.

De bezetting maakte korte metten met de winkel. De familie Del Canho werd gedeporteerd naar Auschwitz - met uitzondering van de moeder van Yvonne Leijten, die als enige onderdook, en een van haar zussen, die naar Amerika was geëmigreerd. De Verwalter die Au Bonheur des Dames gedurende de bezetting moest beheren, maakte er een zooitje van.

Na de oorlog vond Leijtens moeder de zaak leeg terug. Ze leende een tientje van haar boekhouder en begon van voren af aan. Ze had toen nog alleen de winkel in de Beethovenstraat en daar maakte ze weer een mooie zaak van, met veel trouwe klanten. Yvonne Leijten nam vervolgens het stokje over en leidde de winkel ook nog zo'n veertig jaar.

Maar nu is het op. Over en uit. In Het Parool vertelt Leijten haar verhaal. Nog een paar maanden en dan is het echt voorbij, voorgoed voorbij... Laten we in ieder geval nog even profiteren van de opheffingsuitverkoop...


De gouden tijden zijn voorbij voor Au Bonheur des Dames - AMSTERDAM ZUID - PAROOL

ShareThis