Follow me on Twitter

Posts tonen met het label amsterdam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label amsterdam. Alle posts tonen

maandag 9 november 2015

Supervrouwen in Amsterdam

In mijn stad, Amsterdam, zijn een paar jonge vrouwen die verrassende en bewonderenswaardige initiatieven nemen. Waarschijnlijk zijn die er ook wel elders – en natuurlijk zijn er ook mannen en minder jonge vrouwen die interessante dingen op touw zetten. Maar goed, recent ben ik vooral een paar jonge vrouwen (in alfabetische volgorde: Caro Bonink, Jip Heijmerink en Mick La Rock) tegen het lijf gelopen die wel heel leuke, interessante dingen hebben verzonnen. Dingen die navolging verdienen. En die in ieder geval inspirerend werken. (Het verhaal van Caro staat onderaan, doorscrollen dus...)


Jip Heijmerink

Neem Jip Heijmerink. Naast haar werk als webredacteur voor de richtte zij haar eigen bedrijf op: Culture by Artists. Samen met verschillende kunstenaars organiseert zij enerzijds bedrijfsevenementen en anderzijds bijzondere tochten door bijzondere wijken van Amsterdam.

Mick La Rock (links)a an de start
van de Bijlmertour (foto Jip Heijmerink) 
Een (fiets)tocht die ik gemaakt heb samen met Jip en beeldend kunstenaar Mick La Rock (pseudo van Aileen Esther Middel, verantwoordelijk voor de Graffiti-tentoonstelling in het Amsterdam Museum), ging langs de graffiti in de Bijlmer. Het gaat om graffiti in brede zin: je ziet ook heel veel muurschilderingen en andere kunstwerken. Waarbij Mick – behalve een zeer creatieve, inspirerende kunstenaar ook een begaafd storyteller – niet alleen de kunstwerken laat zien, maar ook heel veel vertelt over de architectuur, geschiedenis en sociale achtergrond van de Bijlmer: hoe er van de goede bedoelingen van de stedenbouwers weinig terecht kwam, want de werkelijkheid laat zich niet in een theorie vangen. Het pakt altijd anders uit. 
Mick La Rock (links) en
collega-kunstenaar Sarah Payton

Door de woon-, werk-, winkel- en vrijetijdsfuncties van die nieuwe wijken uit elkaar te halen (volgens de theorie van o.a. Le Corbusier) liep eigenlijk vanaf het begin alles in de soep. Zo lag de logistiek maanden achter op de woningbouw: van winkels tot openbaar vervoer, niets was nog klaar toen de eerste bewoners de flats betrokken. Het was een woestenij (zoals later ook IJburg… Stedenbouwers leren niet snel).

Een muurdecoratie in graffiti-stijl (met geschilderd doel)
 Die eerste bewoners vertrokken dus ook vaak weer. Midden jaren 1970 kwam, met de onafhankelijkheid van Suriname, een enorme golf Surinaamse en Antilliaanse nieuwkomers. Ook nam de drugscriminaliteit hand over hand toe. De gigantische parkeergarages werden prooien voor autodieven, de overdekte gangen van diezelfde garages naar de galerijwoningen vormden een ideaal terrein voor roofovervallen – nergens was je veilig meer. Zelfs het weelderige groen had negatieve kanten: het onttrok mensen met kwaad in de zin aan het zicht.

Een verwijzing naar Suriname: de vogelkooitjes '
waarin veel Surinaamse mannen hun vogels 'uitlaten...
... en de vogeltjes
 Sindsdien is de wijk – of eigenlijk: zijn de wijken, want de Bijlmer is allesbehalve één geheel) volledig op de schop gegaan. De drugsdealers zijn verdreven, de idioot grote flatgebouwen zijn voor het merendeel teruggebracht tot menselijke proporties, er zijn winkels, markten, scholen, kantoren en vooral: de Bijlmer is weer veilig. Mick kent die hele geschiedenis op haar duimpje en daarnaast laat ze je zien hoe de kunst heeft bijgedragen aan het stopzetten van de verloedering, nee, meer dan dat: de muurschilderingen en andere kunstwerken hebben de wijken mooier gemaakt, vrolijker, en vormden tegelijk een stimulans voor de woningcorporaties om de flats op te knappen. En guess what? Zelf word je er ook vrolijker van, enthousiast, ja bijna verliefd op de Bijlmer… (en ook een beetje op supervrouwen Mick en Jip natuurlijk).






Graffiti in de Bijlmer, in samenwerking met het Amsterdam Museum. Op 21 november, 12 december 2015 en 16 januari 2016. € 22,50 voor 2,5 uur (en lunch in het atelier van Mick LaRock). Wie niet met zijn eigen fiets kan komen, kan er één huren.
https://www.amsterdammuseum.nl/activiteiten/bijlmer-fietstour



Een decoratie van de Braziliaanse groep La Rua

Pacman...

Vermomming van utilitaire bouwseltjes

Muurschildering van La Rua

Muurschildering van La Rua


Sculpturengroep van de Kameroens-Belgische kunstenaar Pascale Tayou 'Les Pisseurs d'Amsterdam'. De kleuren van de zes beelden zijn gebaseerd op de Kameroense, Nederlandse en Belgische vlag. “Toen ik in de Bijlmer was, zag ik niets grappigs,” vertelt Tayou, “en ik wou gewoon iets grappigs. Dus het werd een menselijke vorm, en die vorm ben ik. Veel beelden van mij, naakt, aan het plassen.”




KIJK IN DE PIJP

Caro Bonink
Een ander, geweldig initiatief komt van fotografe Caro Bonink. Zij stond aan de wieg van het project Kijk in de Pijp. Een jaar lang liet zij oudere bewoners van de Amsterdamse wijk die de Pijp heet, zichzelf en hun omgeving fotograferen. Met van alles en nog wat: van iPad en smartphone tot analoge camera. Dat muntte uit in een tentoonstelling in het Amstelhuis (hoek Ceintuurbaan en Amsteldijk), een boek (met teksten van Parool-verslaggever Frenk der Nederlanden) en een filmpje van (ex-Parool fotograaf) Peter Elenbaas, met name bekend van de rubriek en boeken Onbewolkt. Het filmpje is op CD gezet en bij het boek gevoegd.



'Karel' met kleinkinderen
Het begon allemaal met Caro’s vader. Hij was jaren ziek, maar wilde zijn dochters er niet mee belasten. Pas na zijn dood ontdekten Caro en haar zusje Miriam dat hun vader dikwijls eenzaam moest zijn geweest. Ze richtten de Stichting Karel op, genoemd naar (de koosnaam van) hun vader, Frans Bonink. Die stichting zet zich in voor ouderen in de Pijp, door kleinschalige evenementen voor hen te organiseren en te zorgen dat ze niet vereenzamen. Caro en een paar aankomende fotografen hebben de ouderen tijdens dit project begeleid. Het begrip ‘oudere’ is in dit geval overigens breed: de jongste deelnemer was 50 jaar, de oudste 101.

Tante Annie en nicht Annie

Wat de mensen fotograferen, varieert van wat er op hun tafel ligt, op de schoorsteen staat of aan de muur hangt, tot hun buurt, de mensen die ze tegenkomen, gebouwen, de Albert Cuyp, dieren in de wijk, kortom, alles. Je kunt zien dat ze ‘les’ hebben gehad van beroepsfotografen: er zitten reuze mooie of geestige foto’s bij. En allen die ik op de tentoonstelling sprak, waren zonder uitzondering enthousiast – niet in de laatste plaats Tante Annie van 101 (‘Ik loop zonder stok en ik doe alles nog zelf!’).

Ga de foto’s zien in het Amstelhuis, of, in januari en februari 2016, in de Oba Cinétol! En koop het boek (met CD dus)! Het is voor € 15,- te bestellen via de website van Stichting Karel. Het is het geld dubbel en dwars waard. Laat je vervolgens inspireren door de mooie verhalen van de mensen en de foto’s: doe iets soortgelijks in je eigen wijk. Of iets anders… 


Oja, en stem op Caro Boninks foto bij de fotowedstrijd die het Joods Historisch Museum heeft uitgeschreven, naar aanleiding van de tentoonstelling van de (prachtige) foto's van Leonard Freed over het Joodse leven in Amsterdam na de oorlog. De wedstrijd wil de beste foto belonen die het tegenwoordige Joodse leven vastleggen. Caro en haar foto van Samuel's Bar Mitswa verdienen het. http://www.jckfotowedstrijd.nl/ 

woensdag 18 februari 2015

Stedelijk Museum Amsterdam ontvangt schenking Karel Appel schets



Het Stedelijk Museum kreeg een bijzondere schenking: de enige originele schets van de beroemde muurschildering die kunstenaar Karel Appel in 1956 maakte voor het voormalig Stedelijk restaurant. De schenker wenst anoniem te blijven. De schets is vanaf 26 februari te zien in het museum.

Beatrix Ruf, directeur Stedelijk Museum Amsterdam: “Wij zijn ongelooflijk blij dat een werk dat zo duidelijk bij het Stedelijk hoort eindelijk zijn thuis vindt. De voorstudie is een geweldige aanvulling op de werken van Karel Appel in de Stedelijk collectie.”
Bart Rutten, hoofd collecties Stedelijk Museum Amsterdam: “Het mooie van deze verrassing is dat het geschonken wordt op het moment dat we de grote Appelwand aftimmeren voor de komende Matisse tentoonstelling. Deze schenker weet een prachtige pleister te plakken op deze nu noodzakelijke maar toch ook moeilijke keuze om hem tijdelijk te verbergen.”
Louise Wijnberg, schilderijenrestaurator van het Stedelijk Museum en restaurator van de Appel-wand: “Ik heb deze schets de afgelopen twintig jaar meerdere malen bestudeerd. Het is heel bijzonder dat je aan de voorstudie kunt aflezen hoe het werkproces van Appel was. Je kunt zien dat die schets heel bepalend is geweest voor het maken van de wandschildering, want hij heeft hem bijna letterlijk overgenomen. De verfspatten van het schilderen zitten zelfs nog op de schets.”

Over de wandschildering

Vijf jaar nadat Karel Appel (1921 - 2006) de wanden van de ‘koffiekamer’ van het Stedelijk Museum beschilderd had, kreeg hij in 1956 opnieuw een opdracht van directeur Willem Sandberg: het beschilderen van een wand in het voormalige restaurant. Het werd een kleurrijke schildering waarbij drie figuren over de muur dansen; een gekuifde vogel, een mens en een bloem. De compositie hield rekening met de muur en de ruimte ervoor zoals twee deuren, een loopbrug en de zitplaatsen van de bezoekers van het destijds nieuwe restaurant.
Door verbouwingen zijn elementen in de muur veranderd, maar de vrolijke en monumentale schildering heeft zijn kracht behouden. De blauwe deur bleef deel uitmaken van het geheel evenals het ovalen raam uitgevoerd in de toen nieuwe glasappliqué-techniek waardoor direct daglicht scheen. Karel Appel zocht niet alleen naar nieuwe vormen van expressie maar paste ook nieuwe technieken toe en combineerde deze.

donderdag 25 september 2014

Au Bonheur des Dames - ou Au Malheur?

Wat een schrik was dat, toen ik op een avond uit Parijs terugkeerde. In de bus vanaf station Zuid naar huis zag ik een groot, schreeuwerig geel bord op een vertrouwde plek. 'OPHEFFINGSUITVERKOOP!' stond er op het bord. De winkel: Au Bonheur des Dames. Ik heb er veel voetstappen liggen en heel veel oorbellen en andere sieraden gekocht, voor mezelf en voor anderen. Het was zo'n vertrouwd adres, waarvan je zeker wist: hier slaag ik, hier vind ik wat ik zoek. En die winkel verdwijnt? Ik kon mijn ogen niet geloven.

Een paar dagen later ging ik poolshoogte nemen en kwam er prompt een vriendin tegen, die dezelfde reflex had. 'Tja, het is niet anders,' zei de eigenares, die de zaak veertig jaar had gerund.
'Ik heb geen goede opvolger kunnen vinden. En dus moet ik de winkel opheffen.'
'Niet leuk!' riepen wij in koor.
We waren niet de enigen, verzekerde Yvonne Leijten ons. En zelf vond ze het ook wel jammer. Maar het werd te zwaar, en ze wilde nog wel eens iets anders doen. Dus...

Bij wijze van troost stortten we ons op de sieraden in de uitverkoop - hoewel er volgens Yvonne Leijten 'al veel weg was' en de winkel 'pas in april 2015' definitief zou sluiten.

Au Bonheur des Dames is - behalve deze bijouterie - een roman van Emile Zola. Daarin gaat het over een warenhuis - Au Bonheur des Dames - dat duidelijk geënt is op het echt bestaande warenhuis Au Bon Marché, dat nog steeds bestaat, maar toen - in de jaren 1870... -  spiksplinternieuw was, één van de eerste warenhuizen in Europa en het eerste in Parijs.

Zola's roman beschrijft het reilen en zeilen van zo'n warenhuis waarin de mode voorop staat: hoe klanten verleid worden om te kopen, maar ook hoe het soms sappelen is en hoe employés elkaar naar de kroon steken.

Julius del Canho, de (belezen) grootvader van de huidige eigenares, noemde zijn winkel naar Zola's roman toen hij zijn bijouterie in 1913 aan de Heiligeweg begon. De naam werd een begrip voor vele generaties vrouwen (en sommige mannen). Een kwart eeuw na de oprichting kwam het filiaal in de Beethovenstraat erbij.

De bezetting maakte korte metten met de winkel. De familie Del Canho werd gedeporteerd naar Auschwitz - met uitzondering van de moeder van Yvonne Leijten, die als enige onderdook, en een van haar zussen, die naar Amerika was geëmigreerd. De Verwalter die Au Bonheur des Dames gedurende de bezetting moest beheren, maakte er een zooitje van.

Na de oorlog vond Leijtens moeder de zaak leeg terug. Ze leende een tientje van haar boekhouder en begon van voren af aan. Ze had toen nog alleen de winkel in de Beethovenstraat en daar maakte ze weer een mooie zaak van, met veel trouwe klanten. Yvonne Leijten nam vervolgens het stokje over en leidde de winkel ook nog zo'n veertig jaar.

Maar nu is het op. Over en uit. In Het Parool vertelt Leijten haar verhaal. Nog een paar maanden en dan is het echt voorbij, voorgoed voorbij... Laten we in ieder geval nog even profiteren van de opheffingsuitverkoop...


De gouden tijden zijn voorbij voor Au Bonheur des Dames - AMSTERDAM ZUID - PAROOL

zondag 13 mei 2012

‘Ze hebben mazzel gehad’


De meimaand is alweer een heel eind op gang. Toch wil ik nog heel even stilstaan bij 4 en 5 mei, bij het herdenken en vieren dat we ook dit jaar weer gedaan hebben.


Vaak is het koud, zo ’s avonds bij de rivier, maar dit jaar hebben we wel een heel kille meimaand. Was het daarom dat er – zo te zien – misschien wat minder mensen bij de herdenking waren? Of omdat ‘iedereen’ op vakantie was? Of leek het maar zo? Ach, we worden er niet jonger op en ik weet dat sommigen terugdeinsden voor de kou en de vochtigheid.

Mogelijk viel het daardoor des te meer op dat er zo’n trouwe kern is die altijd paraat staat. Er zijn gezichten waar je áltijd op kunt rekenen – al zijn sommigen ook in een recent verleden weer door het oog van de naald gekropen. Maar ze waren er. Hulde!

Marga van Praag was dit jaar de gastspreker. Haar ouders woonden ‘toen’ in de Lekstraat, vertelde ze – op nummer 144. Over door het oog van de naald kruipen gesproken… ‘Mazzel’ noemde Marga dat. Een understatement waar je ‘u’ tegen zegt. Een paar keer was het kantje boord – zoals die dag dat ze tijdens een razzia op straat waren. ‘Stilstaan, niet rennen’, maande Max, Marga’s vader, haar moeder aan. Het werkte. Zo waren er nog een aantal – laten we het ‘incidenten’ noemen. Jaap en Max en hun vrouwen overleefden – anders was Marga er niet geweest. De rest van de familie had minder ‘mazzel’ en werd gedeporteerd en vermoord. Marga vertelde het simpel en sober – en juist dat maakte dat haar verhaal je diep raakte. Het was geen ‘toespraak’, het was iemand die ons haar familieverhaal vertelde.

Ben, haar man, gaf haar een zoen toen ze weer bij hem ging staan. Die had ze verdiend, dubbel en dwars. En waarschijnlijk had ze ʼm ook nodig, op dat moment.

Persoonlijk had ik nog een ander moment van ontroering tijdens deze herdenking. Het koor Fluent – dat gelukkig weer optrad, dit jaar – zong, onder andere, ‘For the Fallen’ van Laurence Binyon. Koordirigent Maarten Smit las de vertaling voor. Twee regels uit dit mooie gedicht (‘At the going down of the sun, and in the morning / We will remember them’) staan op het graf van een vriend van onze familie, een Canadese RAF-piloot wiens toestel in september 1941 – zijn dochter was een half jaar oud – boven de Noordzee neergeschoten werd. Zijn lichaam werd teruggevonden en begraven op het ereveld op de Nieuwe Ooster.





De herdenking had ook nog een persoonlijk staartje -  ach, onnozel in het kader van wát we herdachten, maar irritant genoeg. En met een dubbele bodem. Het gebeurde na terugkeer in de Gaaspstraat. Het is langzamerhand traditie om in (het gebouwtje van) de speeltuin nog een afzakkertje te nemen – om de trieste herdenking nog even ‘warm’ te besluiten. Daar zong trouwens nog een ander koor en ook dat was de moeite waard. Toen ik naar huis ging, zag ik dat bij het Kinderonument een kaarsje brandde. ‘Mooi,’ dacht ik, ‘voor een laatste foto.’

Ik zette mijn fiets aan de kant, maakte twee foto’s – en zag dat m’n fiets weg was. Grr@!$%#@^! Dat een dief juist van zo’n moment gebruik maakt... Onherroepelijk kwam de zinsnede in me op: ‘Me fiets terug!’
Maar ja – de dader? Die ligt op ’t kerkhof. Figuurlijk.
Gelukkig was het de volgende dag feest in de speeltuin.

zaterdag 30 januari 2010

Het geheugen van de sneeuw


Ja, ik weet het, voor veel mensen is het lastig. Glad. Smerig, hier en daar. Gevaarlijk, soms. Maar zelf geniet ik er van, iedere keer weer, van elk nieuw pak sneeuw. Dit is Een Winter Zoals Een Winter Hoort Te Zijn. Eindelijk!

De zon schijnt, ik móet naar buiten. Herinneringen komen op; aan het winterse Canada van de laatste jaren; aan het Beatrixpark van destijds, toen we ‘sneeuwvrij’ kregen van school; aan de Ringvaart waar ik (slecht) heb leren schaatsen, terwijl mijn moeder – in rok en op Friese doorlopers – tot mijn ergernis over het ijs zwierde...’De oudjes doen het nog best’, zei een eigenwijs klein Amsterdammertje langs de kant – want ja, wie in de veertig is, lijkt stokoud in de ogen van een kind, toen zeker.

De sneeuwpoppen van nu – zelden heb ik er zoveel bij elkaar gezien als een paar weken terug in het Martin Luther Kingpark – lijken een stuk  fantasierijker dan vroeger  – de makers dan, niet de poppen. (Of?...) Een meiske van een jaar of  vier, vijf roetsjt onvermoeibaar op haar slee naar beneden op het talud tussen fietspad en Cesar Willem Ittmannpad, om meteen weer moeizaam, steeds terugglijdend, omhoog te klauteren, keer op keer. Sleeën deed ik, meer dan een halve eeuw geleden, op het talud tussen spoor en ‘veldje’ (braakliggend stuk grond) langs de Wibautstraat, daar waar nu de Populierenweg loopt en (nog) het Trouw-Parool gebouw verrijst. Of, iets later, op het opgespoten land langs de Zuidelijke Wandelweg...

Omdat de wandeling een doel moet hebben, loop ik naar Zorgvlied. Het wordt tijd om weer eens een goed gesprek te voeren met mijn broer Henk, die daar tegenwoordig ligt. Als er niemand meeluistert, tenminste. Zó gek ben ik nou ook weer niet.

Bij het Martin Luther Kingpark valt een kindje in de sneeuw en zet het op een krijsen. ‘Má-máááá!’ Onwillig loopt ze even later aan de hand van haar opa (of tweede-leg-vader),  geregeld even nabrullend: ‘Má-máá...’ Wel steeds zachter en met langere tussenpozen. Haar broertje kijkt haar half meewarig, half geamuseerd aan, opa of vader weet er niet zo goed raad mee. ‘Gaat wel over’, bemoei ik me ermee, ‘uit principe moet je natuurlijk nog even blijven brullen.’ Hij lacht een beetje, waar hééft dat mens ‘t over?

Zorgvlied ligt er wonderschoon bij, hoe kan het anders? Bijna zwart-wit is het winterlandschap, alsof alle kleur onder de sneeuw verdwenen is. Weer komt een herinnering boven, nu aan een andere wandeling in de sneeuw hier, negen jaar geleden, op nieuwjaarsdag. Ik was toen meer een hardloper dan een wandelaar, maar omdat er zo’n dik pak sneeuw lag en het vroor dat het kraakte, besloot ik te gaan wandelen. En waarom op Zorgvlied? Joost mag het weten, ik kwam er nooit, behalve voor begrafenissen. Ook toen was het kerkhof  prachtig – maar toen ik thuiskwam, belde een van mijn nichtjes uit Canada, om te vertellen dat haar moeder, mijn halfzuster, net was overleden. Tja. En nu ligt onze broer hier. Hij lijkt er vrede mee te hebben, onder de heideplantjes die – hoewel met sneeuw bedekt – in bloei staan. Hoe kan dat?

Verder weer, langs het Boeddha-beeld tussen de rietpluimen en de rare Zittende Man aan de Boerenwetering. Ik schrok ervan toen ik het de eerste keer gewaar werd, vanaf het C.W. Ittmannpad. Alsof er echt een reus aan een gedekt tafeltje zat. Hoe lang staat dat beeld er al? Waarom had ik het nooit eerder gezien? Van de kerkhofkant is het minder eng, duidelijk een beeld. Zorgvlied is – behalve een prachtig park – ook een verzamelplaats van vreemde monumenten. Zoveel levens die hier samengevat zijn in een paar woorden op een steen, in een beeldhouwwerk, in een spreuk, een lied, waarvan alleen de nabestaanden de betekenis kennen.

Terug maar weer, over de Fluwelen Hoofdlaan, langs de met sneeuw bedekte naaldbomen en de loofbomen die toefjes wit dragen op hun kale takken en stam. Langs het mij inmiddels vertrouwde olifantje (wat doet dat hier? weer zo’n raadsel), en het graf van Annie M.G. Schmidt, waarvan het glas de besneeuwde takken weerkaatst.

Buiten schittert de Amstel in de late middagzon. Ineens is de kleur terug in beeld. Twee zwanen komen hoopvol naar de kant. Nee jongens, ik heb niks voor jullie, sorry. Waardig gaan ze dan maar kopje onder. Een paar meter verder suist een  roeiboot voorbij. Achter de Rozenoordbrug gaat de zon onder.

Deze blog staat ook op Geheugen van Plan Zuid

donderdag 30 oktober 2008

Witte Dichters



Ze stonden onder een witte, verlichte paraplu, herkenbaar in de duisternis van de Nieuwe Ooster. Achttien kleumende dichters, ieder met één gedicht, speciaal geschreven voor deze gelegenheid: de vervroegde viering van Allerheiligen/Allerzielen. Op verzoek lazen ze hun gedicht voor, soms voor grotere groepen, soms voor één of twee toehoorders, die het desgewenst ook nog meekregen. De poëzie ging erin als koek. De stapeltjes gedichten slonken snel.

De bezoekers, met fakkels, zaklantaarns of gewoon in het donker, liepen door, naar andere lichtjes en vuurkorven. Het kerkhof lag in een mistige gloed onder laserstralen en verlichte luchtballonnen, met op de hoofdpaden witte, verlichte ballen die de route markeerden. De 'Herinnering Verlicht', inderdaad. En overal die witte paraplu's, omringd door poëzieminnaars, mensen op weg naar een graf en nieuwsgierigen.

Elders op het kerkhof werd muziek gemaakt. Op enkele graven staken mensen kaarsjes aan. De 'engeltjes' op het grasveld voor de geallieerdengraven droegen fakkels op hun hoofd. Men zegt dat er Duitsers begraven hebben gelegen - 'goede' Duitsers die door de Nazibezetters zijn doodgeschoten en later in Duitsland herbegraven.

Jeanne's gedicht ging over 'Vak 85', het ereveldje waar de gesneuvelde geallieerden liggen: 'Wie valt niet stil bij deze plek / vol witte stenen, streng in het / gelid, vijf rijen dik, beschut / door kort geschoren coniferen.'

Voor ons is het dichtbij: Clarence, om wie dit gedicht draait, was een vriend van de familie, die '(...) veel te / jong, te onbestemd gestorven is'. Scenarioschrijver van beroep, piloot bij de RAF zodra de oorlog uitbrak - en op zijn laatste raid boven de Noordzee neergeschoten, 30 jaar, een vrouw en een dochtertje van een paar maanden achterlatend - maar anderen waren nog veel jonger.

Wendela de Vos (lees ook haar column), van wie een foto in bovenstaand album staat, schreef het gedicht 'Wachttijd', Jos Zuijderwijk 'Moedertjelief'. Met excuses aan de andere vijftien dichters...

woensdag 30 april 2008

Koninginnedag, in looppas



Het begon uiterst druilerig. Kil ook. Naar buiten? Hm... Toch maar even de camera gepakt en in looppas de straat op.

Onder de bogen van het Victorieplein was het redelijk goed toeven. Wie daar een plek had gereserveerd, mocht zich gelukkig prijzen met dit weer. Het was er ook druk, naar verhouding.

Om de hoek, in de Rijnstraat, liep het minder storm. Maar het enthousiasme bij degenen die er wél waren - vooral de 'standhouders', ocharme! - was er niet minder om. Echt of geforceerd, doet er niet toe. Beroepsverkopers of marktlieden voor één dag, oud, jong en piepjong, autochtoon, allochtoon en alles er tussenin: publiek én marktlieden zijn gemengd. En (bijna) allemaal zetten ze dapper door, desnoods met de paraplu onder handbereik en de handelswaar onder plastic.

En de moed wordt beloond! Ten lange leste komt er een verlegen zonnetje door - en alles ziet er ineens anders uit. Het oranje van de mutsen, hoeden, sjaals, sjerpen, strikjes, t-shirts en hoofddoeken - ja heus! - wordt nóg meer oranje.

Bij de brug over het Amstelkanaal klinkt zowaar live muziek. 'Bij ons in de Jordaan...' Huh? Het is hier toch echt de Rijnstraat... Never mind, lang leve de lol en van je hela-hola... Dansen maar!

Over de Churchilllaan hangt weer een schip met zure appelen - maar voorlopig baadt Victorieplein in de zon.

Uren later is de aanblik veranderd... Voor late voorbijgangers blijven nog slechts 'de schillen en de dozen...' En een enkele, eenzame pop of beer.

zondag 8 juli 2007

Bieb



Na het vertrek van Laurentien begint het feest voor de echte mensen.

Rode ballonnen en wapperende baniers wijzen de weg, meisjes in OBA-uniformpjes delen plattegrondjes en programma’s uit als waren het snoepjes. Multiculti is het feest ook: het zwart van een hoofddoek gaat naadloos over in het zwart van het uniform. Aziz mag tevreden zijn: élégance kan zijn ontwerp niet worden ontzegd. Toch is niet elke bibliothecaris gelukkig bij de gedachte voortaan als een steward(ess) in haar/zijn bieb rond te lopen. Tranen zijn er al vergoten, hoorden we. Minstens één vrouw kreeg toestemming haar eigen kleren weer aan te trekken. En als één schaap over de dam is...

Maar op 7-7-7 overheerst de vreugde. Bij de ingang al zorgt een clownesk, jazzy trio voor een swingende ontvangst. Vol vuur blazen en tokkelen ze een wereldbreed repertoire de ruimte in. Maar de etages lokken. Licht, lucht en ruimte alom. Rooms with many views: Nemo, Binnen-IJ, Centraal Station, torens: van de St Niklaaskerk via Schreierstoren en Montelbaan tot de Rembrandt.

Fauteuils, kussens, ‘kamertjes’ nodigen uit tot loungen. ‘Sommige mensen snappen niet hoe deze bibliotheek werkt’, zegt een jongetje op niveau 1, waar een meneer een cd van Guy Béart zoekt – en zowaar vindt. Het jongetje legt uit: ‘Mijn mama heeft deze verdieping ontwerpt. En eigenlijk heeft ze wel het hele gebouw... gedaan.’ De trots straalt van hem af, hij wil het iedereen vertellen, al moet hij eigenlijk erg nodig plassen. En er staat een rij, want er is pas één wc klaar, op deze drukke openingsdag. Een minpunt. Maar elk nadeel hep z’n voordeel: zo kan het zoontje-van wél vaak z’n verhaal kwijt.

Op, op, omhoog gaan we weer. Overal is wel wat te doen: exposities, AT-5, panels... Maar wat wij zoeken is Open Podium. Poëzie! De ‘odes aan het ODE*’ – want zo luidde de opdracht – trekken publiek én dichters aan. Hier, onder de levensgrote 3 die de etage aangeeft, geen tv- of radio-opnamen, geen bé-enners – hoogstens bé-a’ers – maar toch vullen de naar ik schat zo’n honderd stoelen zich snel. Amsterdams Levend Kunstwerk Fabiola, in feestkledij (‘Ik moet ook nog naar het Westerpark!’), is de vedette van de dag. Maar ook Jack Terrible, die zich op zijn website (‘I have written four national anthems and a few poems’) presenteert als ‘painter – performer – poet – singer – songwriter – musican’, is – althans voor de getrouwen van Open Podium – een lokale beroemdheid.

Anke Labrie bijt het spits af. Ze voert ons mee door haar bieb-belevenissen, te beginnen met Arendsoog en meer van dit soort jeugd-ontdekkingen, waardoor ze ‘Jezus kon [...] laten schieten’. Presentator-duizendpoot Jos van Hest (van o.a. de School der Poëzie) laat deze vondst niet onopgemerkt, zoals hij in ieder voorgelezen gedicht iets opmerkelijks weet te vinden, een bijzondere ervaring, een vraag die onbeantwoord is gebleven, een woordspel, een rijm, een klank, een vorm, een bieb-bieb-bieb-bieb... Hij bewondert of verwondert zich, stelt vragen, over het hoe, wanneer, waarom ook wel. En soms laat hij iemand een strofe herlezen – om ons dubbel te laten genieten.

Wanneer Jeanne Wesselius haar ‘Narrenoptocht’ presenteert, begint de concurrentie van de jazzband die elders speelt, ernstige vormen aan te nemen. Er valt niet aan te ontkomen in deze open ruimte, alle inspanningen van gastvrouw Riet Lamers ten spijt... Dan maar een dansje! Zo maken Jos en Jeanne van de nood een deugd. Maar een dichter laat zich niet de mond snoeren, zelfs niet door een jazzband. En daar gaan de narren weer, de boeken, in soorten en maten, ‘op weg naar het eiland.’

Gedichten en dichters volgden elkaar op. Een mengeling van rijp en groen, met veel gedichten toch die ontroeren, amuseren, aan ’t denken zetten, kortom raken. Voor wel heel bijzondere performances zorgden twee vrouwen met (Joego?)Slavische namen – die ik helaas niet heb onthouden. De één liet haar voordracht voorafgaan en volgen door het indrukwekkende spel van een trompettist met een Griekse naam.

De ander (haar voornaam is Branca) gaf zelf, voordat ze haar gedicht voorlas, een swingend geïmproviseerde song ten beste; haar rauwe, rokerige, jazzy geluid overstemde zelfs dat van de – in deze context hinderlijke jazzband. Beider gedichten waren één brok emotie, vol metaforen, vol sound and fury – maar allesbehalve told by an idiot.

Fabiola sloot de rij met een gedicht over - hoe kan het anders - Cinderella. Ter plekke gecomponeerd. Het was een prachtmiddag.

*Oosterdokseiland, waar de nieuwe centrale bibliotheek van Amsterdam is gevestigd

ShareThis