Follow me on Twitter

Posts tonen met het label mémoire. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mémoire. Alle posts tonen

woensdag 15 mei 2013

Syriana

Vanochtend las ik deze reportage in de New York Times:

http://www.nytimes.com/2013/05/15/world/middleeast/grisly-killings-in-syrian-towns-dim-hopes-for-peace-talks.html?smid=pl-share


An Atrocity in Syria, With No Victim Too Small
A massacre that revealed new depths of depravity and routine video footage showing lurid violence have made the prospect of stitching the country back together appear increasingly difficult.


Het was amper te verdragen, kon het niet met droge ogen lezen, had soms moeite om door te lezen. De video's heb ik niet eens beken. Hoe kunnen mensen zo wreed zijn, zo onmenselijk, zo abject? Het doet me aan de mensheid wanhopen, doet me wanhopen tout court: is er een uitweg mogelijk voor Syrië?

Als ik denk aan al die mensen die we hebben ontmoet, nauwelijks drie jaar geleden, al die vriendelijke, gastvrije mensen, dan vraag ik me af hoe het nu met ze is, of ze überhaupt nog leven, en waar. Durf ze niet te benaderen, uit vrees hun leven (nog meer) in gevaar te brengen - sommigen zijn Christenen, van anderen weet ik dat ze gematigde sunni's zijn. En ik durf niet te denken dat een enkeling misschien ook gruwelijke daden heeft begaan...

Bezocht hebben we de provincie Tartus - waar dit alles gebeurde - niet, maar zijn er wel doorheen gekomen. En hoe dan ook hebben we wel enige tijd in en om Aleppo doorgebracht, waar ook zoveel horror stories vandaan komen. Hoe is het met de mensen daar???

Reportages als deze - uitstekend gedaan, trouwens, en dit zeg ik zonder cynisme, integendeel - maken dat ik aan de mensheid ga twijfelen, ja zelfs de wanhoop nabij ben, eerlijk gezegd. Is er voor dit land nog een uitweg uit de ellende? Zal het ooit uit zijn as herrijzen? En te bedenken dat de bakermat van onze beschaving hier ligt...


zondag 13 mei 2012

‘Ze hebben mazzel gehad’


De meimaand is alweer een heel eind op gang. Toch wil ik nog heel even stilstaan bij 4 en 5 mei, bij het herdenken en vieren dat we ook dit jaar weer gedaan hebben.


Vaak is het koud, zo ’s avonds bij de rivier, maar dit jaar hebben we wel een heel kille meimaand. Was het daarom dat er – zo te zien – misschien wat minder mensen bij de herdenking waren? Of omdat ‘iedereen’ op vakantie was? Of leek het maar zo? Ach, we worden er niet jonger op en ik weet dat sommigen terugdeinsden voor de kou en de vochtigheid.

Mogelijk viel het daardoor des te meer op dat er zo’n trouwe kern is die altijd paraat staat. Er zijn gezichten waar je áltijd op kunt rekenen – al zijn sommigen ook in een recent verleden weer door het oog van de naald gekropen. Maar ze waren er. Hulde!

Marga van Praag was dit jaar de gastspreker. Haar ouders woonden ‘toen’ in de Lekstraat, vertelde ze – op nummer 144. Over door het oog van de naald kruipen gesproken… ‘Mazzel’ noemde Marga dat. Een understatement waar je ‘u’ tegen zegt. Een paar keer was het kantje boord – zoals die dag dat ze tijdens een razzia op straat waren. ‘Stilstaan, niet rennen’, maande Max, Marga’s vader, haar moeder aan. Het werkte. Zo waren er nog een aantal – laten we het ‘incidenten’ noemen. Jaap en Max en hun vrouwen overleefden – anders was Marga er niet geweest. De rest van de familie had minder ‘mazzel’ en werd gedeporteerd en vermoord. Marga vertelde het simpel en sober – en juist dat maakte dat haar verhaal je diep raakte. Het was geen ‘toespraak’, het was iemand die ons haar familieverhaal vertelde.

Ben, haar man, gaf haar een zoen toen ze weer bij hem ging staan. Die had ze verdiend, dubbel en dwars. En waarschijnlijk had ze ʼm ook nodig, op dat moment.

Persoonlijk had ik nog een ander moment van ontroering tijdens deze herdenking. Het koor Fluent – dat gelukkig weer optrad, dit jaar – zong, onder andere, ‘For the Fallen’ van Laurence Binyon. Koordirigent Maarten Smit las de vertaling voor. Twee regels uit dit mooie gedicht (‘At the going down of the sun, and in the morning / We will remember them’) staan op het graf van een vriend van onze familie, een Canadese RAF-piloot wiens toestel in september 1941 – zijn dochter was een half jaar oud – boven de Noordzee neergeschoten werd. Zijn lichaam werd teruggevonden en begraven op het ereveld op de Nieuwe Ooster.





De herdenking had ook nog een persoonlijk staartje -  ach, onnozel in het kader van wát we herdachten, maar irritant genoeg. En met een dubbele bodem. Het gebeurde na terugkeer in de Gaaspstraat. Het is langzamerhand traditie om in (het gebouwtje van) de speeltuin nog een afzakkertje te nemen – om de trieste herdenking nog even ‘warm’ te besluiten. Daar zong trouwens nog een ander koor en ook dat was de moeite waard. Toen ik naar huis ging, zag ik dat bij het Kinderonument een kaarsje brandde. ‘Mooi,’ dacht ik, ‘voor een laatste foto.’

Ik zette mijn fiets aan de kant, maakte twee foto’s – en zag dat m’n fiets weg was. Grr@!$%#@^! Dat een dief juist van zo’n moment gebruik maakt... Onherroepelijk kwam de zinsnede in me op: ‘Me fiets terug!’
Maar ja – de dader? Die ligt op ’t kerkhof. Figuurlijk.
Gelukkig was het de volgende dag feest in de speeltuin.

zaterdag 30 januari 2010

Het geheugen van de sneeuw


Ja, ik weet het, voor veel mensen is het lastig. Glad. Smerig, hier en daar. Gevaarlijk, soms. Maar zelf geniet ik er van, iedere keer weer, van elk nieuw pak sneeuw. Dit is Een Winter Zoals Een Winter Hoort Te Zijn. Eindelijk!

De zon schijnt, ik móet naar buiten. Herinneringen komen op; aan het winterse Canada van de laatste jaren; aan het Beatrixpark van destijds, toen we ‘sneeuwvrij’ kregen van school; aan de Ringvaart waar ik (slecht) heb leren schaatsen, terwijl mijn moeder – in rok en op Friese doorlopers – tot mijn ergernis over het ijs zwierde...’De oudjes doen het nog best’, zei een eigenwijs klein Amsterdammertje langs de kant – want ja, wie in de veertig is, lijkt stokoud in de ogen van een kind, toen zeker.

De sneeuwpoppen van nu – zelden heb ik er zoveel bij elkaar gezien als een paar weken terug in het Martin Luther Kingpark – lijken een stuk  fantasierijker dan vroeger  – de makers dan, niet de poppen. (Of?...) Een meiske van een jaar of  vier, vijf roetsjt onvermoeibaar op haar slee naar beneden op het talud tussen fietspad en Cesar Willem Ittmannpad, om meteen weer moeizaam, steeds terugglijdend, omhoog te klauteren, keer op keer. Sleeën deed ik, meer dan een halve eeuw geleden, op het talud tussen spoor en ‘veldje’ (braakliggend stuk grond) langs de Wibautstraat, daar waar nu de Populierenweg loopt en (nog) het Trouw-Parool gebouw verrijst. Of, iets later, op het opgespoten land langs de Zuidelijke Wandelweg...

Omdat de wandeling een doel moet hebben, loop ik naar Zorgvlied. Het wordt tijd om weer eens een goed gesprek te voeren met mijn broer Henk, die daar tegenwoordig ligt. Als er niemand meeluistert, tenminste. Zó gek ben ik nou ook weer niet.

Bij het Martin Luther Kingpark valt een kindje in de sneeuw en zet het op een krijsen. ‘Má-máááá!’ Onwillig loopt ze even later aan de hand van haar opa (of tweede-leg-vader),  geregeld even nabrullend: ‘Má-máá...’ Wel steeds zachter en met langere tussenpozen. Haar broertje kijkt haar half meewarig, half geamuseerd aan, opa of vader weet er niet zo goed raad mee. ‘Gaat wel over’, bemoei ik me ermee, ‘uit principe moet je natuurlijk nog even blijven brullen.’ Hij lacht een beetje, waar hééft dat mens ‘t over?

Zorgvlied ligt er wonderschoon bij, hoe kan het anders? Bijna zwart-wit is het winterlandschap, alsof alle kleur onder de sneeuw verdwenen is. Weer komt een herinnering boven, nu aan een andere wandeling in de sneeuw hier, negen jaar geleden, op nieuwjaarsdag. Ik was toen meer een hardloper dan een wandelaar, maar omdat er zo’n dik pak sneeuw lag en het vroor dat het kraakte, besloot ik te gaan wandelen. En waarom op Zorgvlied? Joost mag het weten, ik kwam er nooit, behalve voor begrafenissen. Ook toen was het kerkhof  prachtig – maar toen ik thuiskwam, belde een van mijn nichtjes uit Canada, om te vertellen dat haar moeder, mijn halfzuster, net was overleden. Tja. En nu ligt onze broer hier. Hij lijkt er vrede mee te hebben, onder de heideplantjes die – hoewel met sneeuw bedekt – in bloei staan. Hoe kan dat?

Verder weer, langs het Boeddha-beeld tussen de rietpluimen en de rare Zittende Man aan de Boerenwetering. Ik schrok ervan toen ik het de eerste keer gewaar werd, vanaf het C.W. Ittmannpad. Alsof er echt een reus aan een gedekt tafeltje zat. Hoe lang staat dat beeld er al? Waarom had ik het nooit eerder gezien? Van de kerkhofkant is het minder eng, duidelijk een beeld. Zorgvlied is – behalve een prachtig park – ook een verzamelplaats van vreemde monumenten. Zoveel levens die hier samengevat zijn in een paar woorden op een steen, in een beeldhouwwerk, in een spreuk, een lied, waarvan alleen de nabestaanden de betekenis kennen.

Terug maar weer, over de Fluwelen Hoofdlaan, langs de met sneeuw bedekte naaldbomen en de loofbomen die toefjes wit dragen op hun kale takken en stam. Langs het mij inmiddels vertrouwde olifantje (wat doet dat hier? weer zo’n raadsel), en het graf van Annie M.G. Schmidt, waarvan het glas de besneeuwde takken weerkaatst.

Buiten schittert de Amstel in de late middagzon. Ineens is de kleur terug in beeld. Twee zwanen komen hoopvol naar de kant. Nee jongens, ik heb niks voor jullie, sorry. Waardig gaan ze dan maar kopje onder. Een paar meter verder suist een  roeiboot voorbij. Achter de Rozenoordbrug gaat de zon onder.

Deze blog staat ook op Geheugen van Plan Zuid

ShareThis