Follow me on Twitter

Posts tonen met het label WO2. Alle posts tonen
Posts tonen met het label WO2. Alle posts tonen

dinsdag 26 april 2016

Om over na te denken: WO2 door onze ogen van nu

Toeristen in Auschwitz, 2008. Eerste prijs World Press Photo 2009, categorie 'Arts and Entertainment' (serie).
Photo en Copyright Roger Cremers.


Foto's die soms doen glimlachen maar ook en vooral ongemak veroorzaken. Foto's waarmee de fotograaf - Roger Cremers - ons vragen stelt. Hoe kijk ik naar de Tweede Wereldoorlog? Wat betekent Auschwitz voor mij? En Normandië, D-Day? En Stalingrad, waar op een immens slagveld vrijwilligers overblijfselen van de omgekomen Russische militairen opgraven - en na identificatie herbegraven? En dan ook Ysselsteyn, de Duitse militaire begraafplaats in Nederlands Limburg? Een mooie expositie, in het Verzetsmuseum in Amsterdam, en een mooi boek.

Lees mijn volledige blog hierover (Franstalig):
La seconde guerre mondiale, vue d’aujourd’hui:
Çomment vivons-nous la Seconde Guerre Mondiale aujourd'hui? Plus de soixante-dix ans après la Libération, comment regardons-nous notre passé? Roger Cremers a photographié des touristes à Auschwitz, des acteurs rejouant des scènes de la Libération, des commémorations en Normandie, des bénévoles qui retrouvent, identifient et réenterrent des combattants morts pour la Russie à Stalingrad... Une belle exposition au Musée de la Résistance d'Amsterdam (Verzetsmuseum), qui fait réfléchir, et qui fait naître plus de questions que de réponses.

zondag 13 mei 2012

‘Ze hebben mazzel gehad’


De meimaand is alweer een heel eind op gang. Toch wil ik nog heel even stilstaan bij 4 en 5 mei, bij het herdenken en vieren dat we ook dit jaar weer gedaan hebben.


Vaak is het koud, zo ’s avonds bij de rivier, maar dit jaar hebben we wel een heel kille meimaand. Was het daarom dat er – zo te zien – misschien wat minder mensen bij de herdenking waren? Of omdat ‘iedereen’ op vakantie was? Of leek het maar zo? Ach, we worden er niet jonger op en ik weet dat sommigen terugdeinsden voor de kou en de vochtigheid.

Mogelijk viel het daardoor des te meer op dat er zo’n trouwe kern is die altijd paraat staat. Er zijn gezichten waar je áltijd op kunt rekenen – al zijn sommigen ook in een recent verleden weer door het oog van de naald gekropen. Maar ze waren er. Hulde!

Marga van Praag was dit jaar de gastspreker. Haar ouders woonden ‘toen’ in de Lekstraat, vertelde ze – op nummer 144. Over door het oog van de naald kruipen gesproken… ‘Mazzel’ noemde Marga dat. Een understatement waar je ‘u’ tegen zegt. Een paar keer was het kantje boord – zoals die dag dat ze tijdens een razzia op straat waren. ‘Stilstaan, niet rennen’, maande Max, Marga’s vader, haar moeder aan. Het werkte. Zo waren er nog een aantal – laten we het ‘incidenten’ noemen. Jaap en Max en hun vrouwen overleefden – anders was Marga er niet geweest. De rest van de familie had minder ‘mazzel’ en werd gedeporteerd en vermoord. Marga vertelde het simpel en sober – en juist dat maakte dat haar verhaal je diep raakte. Het was geen ‘toespraak’, het was iemand die ons haar familieverhaal vertelde.

Ben, haar man, gaf haar een zoen toen ze weer bij hem ging staan. Die had ze verdiend, dubbel en dwars. En waarschijnlijk had ze ʼm ook nodig, op dat moment.

Persoonlijk had ik nog een ander moment van ontroering tijdens deze herdenking. Het koor Fluent – dat gelukkig weer optrad, dit jaar – zong, onder andere, ‘For the Fallen’ van Laurence Binyon. Koordirigent Maarten Smit las de vertaling voor. Twee regels uit dit mooie gedicht (‘At the going down of the sun, and in the morning / We will remember them’) staan op het graf van een vriend van onze familie, een Canadese RAF-piloot wiens toestel in september 1941 – zijn dochter was een half jaar oud – boven de Noordzee neergeschoten werd. Zijn lichaam werd teruggevonden en begraven op het ereveld op de Nieuwe Ooster.





De herdenking had ook nog een persoonlijk staartje -  ach, onnozel in het kader van wát we herdachten, maar irritant genoeg. En met een dubbele bodem. Het gebeurde na terugkeer in de Gaaspstraat. Het is langzamerhand traditie om in (het gebouwtje van) de speeltuin nog een afzakkertje te nemen – om de trieste herdenking nog even ‘warm’ te besluiten. Daar zong trouwens nog een ander koor en ook dat was de moeite waard. Toen ik naar huis ging, zag ik dat bij het Kinderonument een kaarsje brandde. ‘Mooi,’ dacht ik, ‘voor een laatste foto.’

Ik zette mijn fiets aan de kant, maakte twee foto’s – en zag dat m’n fiets weg was. Grr@!$%#@^! Dat een dief juist van zo’n moment gebruik maakt... Onherroepelijk kwam de zinsnede in me op: ‘Me fiets terug!’
Maar ja – de dader? Die ligt op ’t kerkhof. Figuurlijk.
Gelukkig was het de volgende dag feest in de speeltuin.

dinsdag 10 mei 2011

Herdenken, steeds weer



Veel dingen zijn elke keer hetzelfde, met kleine variaties. Dat willen we ook als het om rituelen gaat, om tradities. De 4-mei herdenking is zo’n traditie. We wensen niet dat die ingrijpend verandert, en terecht. Toch zijn er kleine wijzigingen merkbaar. Of die permanent zijn, zal de tijd leren.
Zoals elk jaar vertrok de stille stoet naar Rozenoord van het Kindermonument bij de speeltuin aan de Gaaspstraat – die, tussen twee haakjes, in juni 90 jaar bestaat. Maar op de geschiedenis van de speeltuin komen we nog terug.

Vertrokken er dit jaar minder mensen vanaf het Kindermonument, of leek het maar zo? Zeker is, dat het busje, dat de minder validen vervoert, onmisbaarder wordt naarmate de jaren verstrijken. Mensen die de oorlog zelf hebben meegemaakt zijn er minder en minder – en ze zijn elk jaar ouder en slechter ter been. Wel komen er, zo te zien, geregeld meer kinderen bij. En dat is goed: nieuwe generaties nemen het over, en zij geven op hun beurt de fakkel door. Opmerkelijk serieus volgen die kleintjes de ceremonie; sommigen leggen zelf een krans of bloemen neer, anderen kijken en luisteren alleen, maar vol aandacht. Ze wekken de indruk dat ze heel goed weten waar het over gaat.

Maar laten we niet vooruit lopen op de gebeurtenissen. De stille stoet, daar waren we gebleven – en die lijkt onderweg wel aan te zwellen. In ieder geval loopt het plantsoentje rond het monument weer helemaal vol, met mensen van alle generaties. We zien bekenden terug, of onbekenden die we elk jaar hier tegenkomen. Zo is dit ook een ontmoetingsplaats.

Gastspreker Lex Kater vertelt een interessant verhaal: brieven van zijn familie werden na zestig jaar teruggevonden in Drenthe. Bij die correspondentie zat de laatste brief die Katers oom schreef vanuit Auschwitz, waar hij vermoord werd. Hij was de enige uit de familie die niet had kunnen onderduiken, de enige die de oorlog niet overleefde. De vondst leidde ertoe dat Kater zijn familiegeschiedenis ging uitpluizen. En dat leidde weer tot een expositie en een boekje – en een televisie-uitzending.

The Last Post weerklonk- en het was stil, op de merels na, en de hinderlijke auto’s, die ook tijdens het stiltemoment bleven doordenderen over de snelweg.

De kranslegging onderstreepte het moment van bezinning. We dachten aan de verzetsmensen die hier gefusilleerd werden, aan Cesar Willem Ittmann en zijn medestrijders, we dachten aan al diegenen die hun leven gaven om ons te bevrijden, aan al diegenen ook wier leven hun simpelweg werd afgenomen.

Luttele minuten later hervatte het leven zijn gewone gang. We gingen ons weegs, terug naar de speeltuin, terug naar huis, te voet, op de fiets of met het busje. We zeiden net niet: ‘Tot volgend jaar!’ Maar we dachten het.

ShareThis