Follow me on Twitter

zondag 13 mei 2012

‘Ze hebben mazzel gehad’


De meimaand is alweer een heel eind op gang. Toch wil ik nog heel even stilstaan bij 4 en 5 mei, bij het herdenken en vieren dat we ook dit jaar weer gedaan hebben.


Vaak is het koud, zo ’s avonds bij de rivier, maar dit jaar hebben we wel een heel kille meimaand. Was het daarom dat er – zo te zien – misschien wat minder mensen bij de herdenking waren? Of omdat ‘iedereen’ op vakantie was? Of leek het maar zo? Ach, we worden er niet jonger op en ik weet dat sommigen terugdeinsden voor de kou en de vochtigheid.

Mogelijk viel het daardoor des te meer op dat er zo’n trouwe kern is die altijd paraat staat. Er zijn gezichten waar je áltijd op kunt rekenen – al zijn sommigen ook in een recent verleden weer door het oog van de naald gekropen. Maar ze waren er. Hulde!

Marga van Praag was dit jaar de gastspreker. Haar ouders woonden ‘toen’ in de Lekstraat, vertelde ze – op nummer 144. Over door het oog van de naald kruipen gesproken… ‘Mazzel’ noemde Marga dat. Een understatement waar je ‘u’ tegen zegt. Een paar keer was het kantje boord – zoals die dag dat ze tijdens een razzia op straat waren. ‘Stilstaan, niet rennen’, maande Max, Marga’s vader, haar moeder aan. Het werkte. Zo waren er nog een aantal – laten we het ‘incidenten’ noemen. Jaap en Max en hun vrouwen overleefden – anders was Marga er niet geweest. De rest van de familie had minder ‘mazzel’ en werd gedeporteerd en vermoord. Marga vertelde het simpel en sober – en juist dat maakte dat haar verhaal je diep raakte. Het was geen ‘toespraak’, het was iemand die ons haar familieverhaal vertelde.

Ben, haar man, gaf haar een zoen toen ze weer bij hem ging staan. Die had ze verdiend, dubbel en dwars. En waarschijnlijk had ze ʼm ook nodig, op dat moment.

Persoonlijk had ik nog een ander moment van ontroering tijdens deze herdenking. Het koor Fluent – dat gelukkig weer optrad, dit jaar – zong, onder andere, ‘For the Fallen’ van Laurence Binyon. Koordirigent Maarten Smit las de vertaling voor. Twee regels uit dit mooie gedicht (‘At the going down of the sun, and in the morning / We will remember them’) staan op het graf van een vriend van onze familie, een Canadese RAF-piloot wiens toestel in september 1941 – zijn dochter was een half jaar oud – boven de Noordzee neergeschoten werd. Zijn lichaam werd teruggevonden en begraven op het ereveld op de Nieuwe Ooster.





De herdenking had ook nog een persoonlijk staartje -  ach, onnozel in het kader van wát we herdachten, maar irritant genoeg. En met een dubbele bodem. Het gebeurde na terugkeer in de Gaaspstraat. Het is langzamerhand traditie om in (het gebouwtje van) de speeltuin nog een afzakkertje te nemen – om de trieste herdenking nog even ‘warm’ te besluiten. Daar zong trouwens nog een ander koor en ook dat was de moeite waard. Toen ik naar huis ging, zag ik dat bij het Kinderonument een kaarsje brandde. ‘Mooi,’ dacht ik, ‘voor een laatste foto.’

Ik zette mijn fiets aan de kant, maakte twee foto’s – en zag dat m’n fiets weg was. Grr@!$%#@^! Dat een dief juist van zo’n moment gebruik maakt... Onherroepelijk kwam de zinsnede in me op: ‘Me fiets terug!’
Maar ja – de dader? Die ligt op ’t kerkhof. Figuurlijk.
Gelukkig was het de volgende dag feest in de speeltuin.

zondag 26 februari 2012

Hysterie rond Jannetje en Kees

Gelukkig. Na Dolf Rogmans in Villamedia (en op de website) en Max Pam in Het Parool (za. 25 februari, mediakatern) heeft nu ook Alexander Münninghoff het in zijn column in OVT (VPRO, zondag 26 februari) voor Jannetje Koelewijn opgenomen.

Het ligt ook heel simpel, als je naar de feiten kijkt. Koelewijn woont gesprek bij van echtgenoot met Oostenrijkse collega-neurochirurg, maakt duidelijk dat ze journaliste is en hierover zal publiceren en doet dat in haar krant, NRC Handelsblad, in een sober en factueel stukje. Wat ze schrijft is dat er op dat moment geen bijzonderheden op de MRI-scan te zien zijn, dat er geen zwellingen zijn en geen schedelbasisfractuur. Ze schrijft er achteraan dat dit de kans op herstel vergroot - maar zegt nergens hoe groot die kans is. Ze sluit niets uit. Hetzelfde heb ik haar zien en horen herhalen op radio en televisie. Dat alle confrères en consoeurs haar zo nodig om commentaar moeten vragen en dat vervolgens tot vervelens toe uitzenden, is niet Koelewijns schuld.

Vandermeersch, haar hoofdredacteur, staat op dat moment vierkant achter haar en terecht.
Het is me een raadsel waarom hij een week later met een soort spijtbetuiging komt, als een nieuwe scan een veel somberder beeld liet zien waar iedereen van schrikt - omdat er, na al die tijd zonder vooruitgang, een duidelijker prognose te stellen is, somberder dan iedereen hoopte. Op 24 februari betreurt Vandermeersch het te rooskleurige beeld, dat de berichtgeving in zijn krant eerder hielp scheppen. Hoezo? Dat iets rooskleuriger beeld was, een week eerder, het beeld van dat moment. En Jannetje Koelewijn schreef wel degelijk, op 19 februari: 'Onzeker blijft wel hoe de toestand van de hersenen zich zal ontwikkelen als het lichaam van de prins weer op de normale temperatuur van 37 graden wordt gebracht en als de narcose wordt opgeheven.'


Hoeveel slagen om de arm moet je houden? En wat is erger: een paar feiten geven, of uur na uur hetzelfde, nietszeggende RVD-bericht herhalen?

Misschien is Vandermeersch' reactie, een week later, ingegeven door het aantal boze lezers dat z'n abonnement op de krant opzegde (zouden ze daardoor terugkomen?). Of door alle collega's die, De Telegraaf voorop, als een blok over Koelewijn en haar man heenvielen. Kinnesinne? Jalousie de métier? En De Telegraaf heeft al helemaal geen recht van spreken, met het jongetje Ruben, overlevende van de Libische vliegramp, nog redelijk vers in het geheugen...

In welke mate Koelewijns man, neurochirurg Kees Tulleken, zijn beroepsgeheim heeft geschonden, is me ook niet duidelijk. Hij is niet de behandelend arts van Friso. Hij lichtte alleen toe wat de door zijn Oostenrijkse collega verschafte feiten betekenden, of konden betekenen. Wat is daar in vredesnaam mis mee? Waarom die hypocriete hysterie? Hypocriet, want we nemen het wel allemaal tot ons, met een zekere gretigheid zelfs, om vervolgens: 'Schande!' te roepen. Ik zie, hoor in verband met Tulleken het woord Tuchtraad vallen. Mijn hemel, waar zijn we mee bezig?! Wat zijn dit allemaal voor wolven die met elkaar meehuilen?

De medici moeten het onderling zelf maar oplossen, journalist-medicus Ben Crul (oud-hoofdredacteur Medisch Contact) voorop; hij was bij mijn weten de eerste die 'Boe! riep. Ook in die beroepsgroep vermoed ik helaas niet al te nobele motieven. Ik hoop voor iedereen dat ze hun gezond verstand hervinden. Zo niet, dan staat het ons vrij om hun houding weer van commentaar te voorzien.

Net als mijn collega's. Jongens (m/v), herneem je! Laat die wolvenroedel voor wat hij is. Beter een lone wolf die z'n verstand gebruikt, dan een meehuiler die z'n kritische journalistenverstand thuis laat. Met dank aan Dolf, Max en Alexander - en al diegenen wier nuchtere tegenreactie ik over het hoofd heb gezien.

Ik geloof trouwens dat de 'zaak'-Koelewijn-Tulleken alweer een beetje wegbt. De roedel heeft inmiddels de VUmc/RTL4/Eyeworks-affaire toegeworpen gekregen.

dinsdag 14 februari 2012

Dichters!



'Dichters...
Kom desnoods aan hun vrouwen
Maar kom nooit aan hun komma's!'

Een prachtig gedicht van Luuk Gruwez, al even mooi voorgedragen door Jos van Hest (bij Boekhandel Schimmelpennink in Amsterdam).
Tja, dichters... Kommaneukers! zoals mijn nichtje Andrea op Facebook schreef...;)
Maar wel sympathieke kommaneukers.
Toch?

vrijdag 30 september 2011

Hella Haasse overleden























Droevig nieuws! We verliezen niet alleen een groot schrijfster, maar ook een groot mens. Voor haar is het waarschijnlijk een verlossing geweest - ze was oud (93), ziek, ze miste haar Jan... Maar voor ons allen is haar verdwijnen een groot gemis. Gelukkig hebben we haar boeken nog!

Zie NRC: Hella Haasse op 93-jarige leeftijd overleden

woensdag 17 augustus 2011

Hoog, kijk omhoog...




De meest markante deelnemers waren, de één van koninklijken bloede en genaamd Tudor , de ander vernoemd naar een ster van wereldallure: Clooney. Tudor bracht de meeste tijd door in een draagband op de buik van z’n baasje, welwillend neerkijkend op het voetvolk onder hem. Clooney verleidde ons met zijn markante, bruine hondenogen en probeerde al snuffelend toch iets belangwekkends te ontdekken gedurende de wandeling. Daarnaast waren we met zo’n anderhalf dozijn tweevoeters die, op aanwijzing van aanvoerder Gijs Vorstman, vooral met hun neus in de lucht liepen.

Vorstman, voormalig beleidsmedewerker Welstand en Monumenten van het stadsdeel, kent deze buurt - Plan Zuid, in dit geval de Rivierenbuurt + de Amsterdamse Schoolbuurt aan gene zijde van het Amstelkanaal - als geen ander. Niet alleen weet hij ‘alles’ over de Berlage’s Plan Zuid en de (oorspronkelijke) architectuur van de buurt, ook kan hij uren vertellen over de renovaties, de problemen die zich daarbij voordeden, de successen en ook het falen, hier en daar. Zo werden, in het begin, raamkozijnen die niet meer voldeden, gewoon vervangen door kunststof exemplaren. Effectief, misschien (althans voor wie niet verder keek dan zijn neus lang was), maar foeilelijk. En, uiteindelijk, toch niet zó effectief: want een bouwwerk reageert op kunststof anders dan op hout. Tenslotte zijn, in samenwerking met de woningcorporaties (en dankzij forse subsidies) de meeste kozijnen dan ook weer teruggebracht in wat meer op hun oorspronkelijke staat lijkt – met wat technische foefjes om een betere isolering mogelijk te maken.

Zo, omhoogkijkend, vergelijkend, begonnen we, vanaf Café Diva’s in de Waalstraat, een wandeling die ons via Merwedeplein en Wolkenkrabber, Rijnstraat, Waverstraat en Vrijheidslaan, zou voeren naar het Meerhuizenplein, de Amstelkade en de Jozef Israëlskade, en de Amsterdamse-Schoolbuurt daarachter.

Zo leerden we hoe de balkons en het houtwerk van de Wolkenkrabber hun oorspronkelijke kleur hadden teruggekregen – dankzij een grondige analyse van de onderste laag verf, nadat de andere lagen er voorzichtig waren ‘afgekrabd’, om het oneerbiedig te zeggen. Zo bewonderden we de vele, vele sculpturen van Hildo Krop – van Berlage’s standbeeld aan de voet van de Wolkenkrabber tot de steigerende paarden op wat nu de Berlage scholengemeenschap is. Zóveel beelden liet Krop achter , dat een Amerikaanse beeldhouwer, op bezoek in Amsterdam, veronderstelde dat zijn Amsterdamse collega steenrijk moest zijn. Het kwam niet bij hem op dat Krop gewoon in dienst was van de gemeente…

Ook andere decoraties liet Vorstman zien: weinig bouwstijlen zijn daar zo rijk aan als de Amsterdamse school en aanverwante stijlen. Zelfs de toch op het oog zo strakke panden aan de Vrijheidslaan zitten in feite vol met hoek- en balkondecoraties, grappige erkertjes, krullerige daklijsten. Kijk omhoog en je ziet ‘t – vooral als Gijs Vorstman je erop wijst. In de Waverstraat staan tussen prachtig geconserveerde (of gerestaureerde) panden, ook enkele toonbeelden van wansmaak. Op de Amstelkade, aan weerszijden van de Vechtstraat, contrasteert een mooi art-deco pand met een verkrot exemplaar. Over de nieuwbouw aan het Meerhuizenplein, bedoeld om in de omringende Amsterdamse-Schoolbebouwing op te gaan, lopen de meningen uiteen. Vorstman vindt het resultaat geslaagd. Sommigen zijn het met hem eens anderen niet. Ga kijken!

De kleur – van het houtwerk, maar ook die van de gebruikte (bak-)steen speelt een belangrijke rol. En de manier waarop de muren gemetseld zijn. Het geel van de Berlage school, de steensmuur aan de Kromme-Mijdrechtstraat bij het Meerhuizenplein, het zijn allemaal tekenen des tijds.

De gebeeldhouwde kop van wethouder Wibaut, op de hoek van het prachtige Henriëtte Ronnerplein en de gelijknamige straat, is daar heel erg op zijn plaats. Nee, het is niet van Hildo Krop – het werd gemaakt in 1951 door Frits Sieger – in tegenstelling tot de beelden op het gebouw De Dageraad. Wibaut, eerste socialistische wethouder van Amsterdam, ging over Volkshuisvesting (‘Wie bouwt? Wibaut!’) en als zodanig had hij een actieve rol bij de aanleg van ook deze buurt. Het ene pareltje – het al genoemde gebouw De Dageraad, het Thérèse Schwartzeplein, de Burgemeester Tellegenstraat, de P.L. Takstraat – is hier aan het andere geregen, in het bijzonder door de architecten Piet Kramer en Michel de Klerk. Je kunt hier nog zo vaak komen, het blijft mooi en er blijft van alles te ontdekken – zoals het haantje op het dak in de P.L. Takstraat, naast de school. Ik beken dat ik het nooit eerder had gezien… terwijl het toch een symbool is van de dageraad (en dus van De Dageraad)…

Voorbij het witte Han van Zomerenbruggetje en het Amstelkanaal, is dit stukje Waalstraat een afgang. Helaas. Het gebouw dat in de jaren ’70 op de plaats van de Waalkerk is neergezet (en waarin een kinderdagverblijf is gevestigd) lijkt nergens op, de huizen zijn slecht onderhouden.

We gaan ons (en elkaar) troosten bij Diva’s. En denken al over een volgende wandeling, of een fietstocht misschien…

ShareThis